De spiervezel in beeld

By | Massage | No Comments

De spiervezel in beeld

Het sarcoplasmatisch reticulum, sarcomeren, actine en myosine

In de vorige blog: “De spiervezel in beeld” heb je kunnen zien wat de functies zijn van het sarcoplasma, de myofibrillen en de transversale tubuli (T-tubuli). Vandaag  ontleden we het laatste stukje. We pakken de afbeelding (Wilmore et al., 2008) er weer bij om goed te kunnen laten zien waar het sarcoplasmatisch reticulum zich bevindt, wat nu precies een sarcomeer is en gaan we in op de eiwitfilamenten actine en myosine.

(Wilmore et al., 2008, p.48)

Wist je dat:

  • het netwerk van buisjes is het sarcoplasma, naast de t-tubuli, ook bestaat uit het sarcoplasmatisch reticulum
  • het sarcoplasmatisch reticulum dient als opslagplaats voor calcium
  • calcium essentieel is voor spiercontractie
  • spiercontractie het samentrekken van de spier betekend
  • we het in het vorige blog hebben gehad over myofibrillen
  • een myofibril samengesteld is uit vele sarcomeren
  • sarcomeren de kleinste functionele eenheden zijn van een spier
  • een sarcomeer opgebouwd is uit 2 eiwitfilamenten: actine en myosine
  • deze eiwitfilamenten te zien zijn in onderstaande afbeelding
  • de samentrekking (spiercontractie) van de spieren mogelijk wordt door deze twee eiwitten
  • we nu dus uitgekomen zijn bij de kleinste eenheid van een spier!

Na al deze weetjes en feitjes ben je in grote lijnen op de hoogte van de bouw van de spier en de functionaliteit daarvan. Dus als je nu op de massagetafel ligt kijk je waarschijnlijk anders naar het functioneren van je eigen spieren. Maar ook als je zelf masseur bent heb je continu te maken met al deze processen. Zelfs bij het typen van dit blog of simpelweg het optillen van je arm. Kortom: interessant voor masseur, maar ook voor degene die gemasseerd wordt!

Bronnen:

Wilmore, J.H., Costill, D.L., Larry Kenny, W. (2008). Inspannings- en sportfysiologie (2e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg

De spiervezel in beeld – deel 2

By | Massage | No Comments

De spiervezel in beeld

Het sarcoplasma, transversale tubuli en myofibrillen

In de vorige blog: “De spiervezel in beeld” kwamen termen naar voren als: het plasmalemma en het sarcolemma. Vandaag gaan we nog dieper de spiervezel in om te kijken wat daar ligt. We pakken de afbeelding (Wilmore et al., 2008) er weer bij om goed te kunnen laten zien waar het sarcoplasma, de transversale tubuli en de myofibrillen zich bevinden.

(Wilmore et al., 2008, p.48)

Wist je dat:

  • binnen het sarcolemma (dat we in het vorige blog hebben besproken) zich NOG kleinere eenheden bevinden
  • deze eenheden myofibrillen worden genoemd
  • elke spiervezel honderden tot duizenden myofibrillen bevat
  • deze myofibrillen heel mooi te zien zijn in bovenstaande afbeelding (Wilmore et al., 2008) en deze in de lengte van de structuur van de spiervezel lopen
  • myofibrillen ook wel (met een moeilijk woord) de ‘contractiele elementen’ van een spier worden genoemd
  • in het woord ‘contractiele’ het woord ‘contractie’ zit
  • contractie = samentrekking
  • deze elementen dus de samentrekking van een spier mogelijk maken
  • de ruimtes tussen de verschillende myofibrillen gevuld is met een substantie dat we het sarcoplasma noemen
  • als je de bovenstaande afbeelding (Wilmore et al., 2008) goed bekijkt, je in het sarcoplasma een netwerk van buisjes ziet
  • dit netwerk van buisjes de transversale tubuli wordt genoemd (T-tubuli)
  • deze dwars door de spiervezel heen lopen
  • de buisjes door de myofibrillen lopen en onderling zijn verbonden
  • de transversale tubuli communicatie en transport van stoffen door de spiervezel mogelijk maken

Wat zit het menselijk lichaam toch eigenlijk prachtig in elkaar. En dit gaat enkel over een spier. Tijdens een massage zijn er natuurlijk veel meer processen die zich afspelen in het menselijk lichaam. Wat te denken van je bloeddruk en je hartslag. Daar komen we uiteraard later nog op terug.

In ons volgende blog gaan we nog een stukje dieper in op de ontleding van de spiervezel.

Bronnen:

Wilmore, J.H., Costill, D.L., Larry Kenny, W. (2008). Inspannings- en sportfysiologie (2e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg

De spiervezel in beeld

By | Massage | No Comments

De spiervezel in beeld

Het plasmalemma en het sarcolemma

In de vorige blog: “Een kijkje in de spier” hebben we de spier doorgesneden en bekeken tot op microscopisch niveau. Van het epimysium tot het perimysium en het endomysium, tot we uiteindelijk terecht komen bij de enkele spiervezel. Daarover vandaag meer in dit blog: “De spiervezel in beeld”, waarin we aandacht besteden aan het plasmalemma en het sarcolemma.
De spiervezels ontleden we weer aan de hand van een afbeelding, waarop duidelijk te zien is hoe een enkele spiervezel (ook wel spiercel genoemd) eruit ziet van binnen.

(Wilmore et al., 2008, p.48)

Om helderheid te scheppen is deze, soms ingewikkelde, maar oh zo interessante theorie, omschrijven we de termen in een ‘wist je dat’. Vandaag beginnen we met de uitleg van de spiervezel, het plasmalemma en het sarcolemma.

Wist je dat:

  • we 1 spiercel een spiervezel noemen
  • de grootte van spiervezels uiteen lopen in een diameter van 10 tot 120 micrometer
  • een spiervezel omgeven wordt door een plasmamembraan
  • het plasmamembraan ook wel het plasmalemma genoemd wordt
  • het sarcolemma onder andere bestaat uit het plasmalemma
  • je het sarcolemma op de afbeelding terug ziet als de buitenste rand van de structuur van de spiervezel
  • het sarcolemma het celmembraan is van skeletspierweefsel
  • een kenmerk van het celmembraan van skeletspierweefsel is dat het aanhechtingspunten heeft voor een pees waardoor een spier kracht kan leveren

Kun je je voorstellen hoe complex een spier in elkaar zit en wat er dus allemaal gaande is in je lijf tijdens een massage? En dit is nog slechts het begin van de ontleding van een spiervezel. Als je de volgende keer op een massagetafel ligt en de handen over je spieren voelt gaan, kun je deze feitjes mooi terughalen! En vergeet niet te ontspannen ;-)!

Bronnen:

Wilmore, J.H., Costill, D.L., Larry Kenny, W. (2008). Inspannings- en sportfysiologie (2e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg

Een kijkje in de spier

By | Massage | No Comments

Een kijkje in de spier

Spieren & Massage

In de vorige blog: “Soorten spierweefsel en spierligging” hebben we het gehad over verschillende type spierweefsel. Ook hebben we enkele spieren uitgelicht om te laten zien waar deze zich bevinden aan de hand van een spiermodel. Zo kun je goed zien welke spieren er wel en welke spieren er niet gemasseerd worden tijdens bijvoorbeeld een wellness massage. Uiteraard is dit slechts een kleine greep uit de grote hoeveelheid skeletspieren die het menselijk lichaam telt! Om meer diepgang te geven in hoe zo’n spier nu opgebouwd is, ontleden we in dit blog een spier. Dit doen we aan de hand van de volgende foto:

(Wilmore et al., 2008, p.47)

Zoals je in bovenstaande afbeelding (Wilmore et al., 2008) kunt zien komen we als eerste het epimysium tegen. Dit is de buitenste rand van de gehele spier. Het epimysium zorgt er voor dat de spier bij elkaar gehouden wordt.

Als je goed kijkt dan zie je dat de spier bestaat uit kleine bundels vezels. Deze bundel met vezels zie je in bovenstaande afbeelding (Wilmore et al., 2008) ook uitvergroot terug. Zo’n bundel noem je ook wel een fasciculus.

Iedere bundel (fasciculus) wordt omgeven door zogenaamde bindweefselschedes. Dit noemen we het perimysium. In het perimysium liggen bloedvaten en zenuwen die van en naar de spierbundels gaan.

Uiteindelijk komen we terecht bij de afzonderlijke spiervezels. Spiervezels zijn individuele spiercellen. Ook daar omheen bevindt zich weer een laagje bindweefsel. Dit noemen we het endomysium.

Zo zie je maar: een spier zit veel complexer in elkaar dan dat je in eerste instantie misschien zult denken. En we zijn er nog niet! Want een spiervezel kun je ook weer helemaal ontleden. Als we dat doen dan komen we namen tegen als: myofibril, sacrolemma, sarcoplasma, t-tubulus, i-band, a-band enzovoorts. Hierover morgen meer in het volgende blog: “De spiervezel in beeld”.

Bronnen:

Delavier, F. (2002). Krachttraining: Een anatomische benadering. Utrecht: Forte uitgevers

Wilmore, J.H., Costill, D.L., Larry Kenny, W. (2008). Inspannings- en sportfysiologie (2e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg